Opdrachtgever
Folia Magazine
Gepubliceerd
8 okt 2010
Opdrachtgever
Folia Magazine
Gepubliceerd
8 okt 2010

Bul: Lucky Fonz III

Het heeft lang geduurd voordat ik mij op mijn studie heb geworpen. Ik begon met communicatiewetenschap omdat de media mij fascineerden, maar raakte al snel geïnteresseerd in Engelstalige literatuur en beatschrijvers als William Burroughs en Jack Kerouac. Na mijn eerste jaar stapte ik over naar Engelse taal- en letterkunde. Ik volgde de colleges, maar de eerste jaren zat ik voornamelijk op mijn kamertje naar folkzanger Woody Guthrie te luisteren.

Ik leidde een teruggetrokken leven en heb best wat tijd verspild. Nu vind ik tijd kostbaar en merk ik dat het leven veel leuker is als ik me op allerlei zaken stort. In die periode voelde ik dat niet zo. De omslag kwam toen ik in mijn derde jaar een jaar aan de University of Edinburgh studeerde. Er werd daar meer van me gevraagd en ik kreeg er lol in om harder te werken. Bovendien voelde ik een bepaalde verantwoordelijkheid: ik had een beurs gekregen om aan deze prestigieuze universiteit te studeren en wilde kennis opdoen waar ik later iets waardevols mee zou kunnen doen. Na dat jaar ging ik ook serieuzer aan de slag op de UvA. Ik kreeg meer intellectueel zelfvertrouwen en werd closer met docenten. Betsy Knottenbelt stimuleerde mij om mijn scriptie over Bob Dylan te schrijven. Zij leerde me dat je omwille van de creativiteit best grote denkstappen mag maken, en dat je niet bang moet zijn om rare ideeën te volgen. De opzet heb ik samen met haar bedacht en ze heeft ook nog de eerste acht pagina’s gelezen. Daarna werd ze helaas ziek en overleed ze. Ik ben toen lange tijd gestopt met schrijven. Op een gegeven moment heb ik mezelf bij elkaar geraapt en het toch afgemaakt. Ik was ondertussen ook veel bezig met muziek maken. In de maand dat ik afstudeerde, won ik een prijs voor beste nieuwe songwriter van Amsterdam en nam ik mijn debuutalbum op. Ik was student-af en meteen muzikant. Mijn scriptie is een van de belangrijk- ste dingen in mijn leven geweest. Het is de afsluiting van mijn academische vorming, maar tegelijkertijd is het bijna een manifest van hoe ik over literatuur en muziek denk.

Er wordt altijd over de academische wereld en de creatieve wereld gepraat alsof het twee tegenpolen zijn, maar als wetenschap goed beoefend wordt, is het juist iets creatiefs. Je probeert iets uit en als het goed is, ga je daarmee door, is het niet goed, dan is het ook niet erg. Die instelling past wel bij me. Iemand heeft aan het begin van mijn carrière gezegd dat ze kon horen dat ik nog vast zat in het academische denken en dat het zou indruisen tegen een emotionele benadering van mijn muziek. Ik zat daar even over in, maar na een tijdje bedacht ik me dat het grote onzin was: ik heb juist heel veel inspiratie opgedaan in mijn studie en nu pas ik die toe. Ik zou met geen mogelijkheid kunnen doen wat ik nu doe, als ik niet die intellectuele academische achtergrond had.’