Opdrachtgever
Folia Magazine
Gepubliceerd
22 okt 2010
Opdrachtgever
Folia Magazine
Gepubliceerd
22 okt 2010

Bul: Roger van Boxtel

'Op mijn dertiende heb ik een ernstige ziekte gehad waarvoor ik lang in het ziekenhuis heb gelegen. Aan mijn herstelperiode heb ik veel goeie herinneringen: mijn eerste verliefdheid in het ziekenhuis, rondrijden in een rolstoel, vrienden die op bezoek kwamen en zich onder het bed moesten verstoppen. Een geromantiseerd beeld natuurlijk, maar dat zorgde er wel voor dat ik graag dokter wilde worden. Die droom liep stuk op de vele exacte vakken bij geneeskunde. Ik ben een echte alfa en na anderhalf jaar besloot ik een andere studie te doen. Het werd rechten omdat iemand tegen me had gezegd dat ik daar nog alle kanten mee op kon. Het eerste jaar bij mijn nieuwe studie verliep wat moeizaam, maar daarna vond ik het ontzettend leuk. Bovendien was het een studie die veel ruimte bood om er dingen naast te doen, en dat kwam mij wel goed uit. Zo heb ik tijdens mijn studententijd drie jaar bij de Volkskrant gewerkt als sportredacteur, zat ik jaren in de redactie van studentenblad Alibi, was ik vijf jaar lang nachtportier bij een hotel en werd ik politiek actief bij D66.

Ik zat vaak ’s avonds bij debatten of inspraakavonden en heb in 1978 na de gemeenteraadsverkiezingen met toenmalig wethouder Gerrit-Jan Wolffensperger de collegeonderhandelingen gedaan. In die tijd heb ik ook met onder anderen Eberhard van der Laan een jaar lang gewerkt aan een landelijke protestactie ‘Handhaaf de huurbescherming’. Uiteindelijk hebben we daarvoor wel zevenduizend mensen op de been gekregen!

Ik ben afgestudeerd in staatsrecht en kreeg mijn eerste fulltimebaan bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Ik ben dus niet de advocatuur ingegaan, zoals veel studievrienden deden, maar heb wel een bepaalde manier van denken aan mijn studie overgehouden: de grondhouding dat absolute waarheden niet bestaan en dat alles altijd van meerdere kanten bekeken moet worden.

Eigenlijk is het een eeuwig durende schande dat ik ooit afgestudeerd ben. Alle clichés over die tijd zijn waar: ik heb een waanzinnig leuke studietijd gehad. Het leuke van studeren aan de UvA is dat je er een collegezaal uitloopt, of dat nou bij Roeterseiland of de Oudemanhuispoort is, en gelijk weer onderdeel van de wereld bent. Bij veel andere studentensteden is er een grote afstand tussen studenten en de rest van de bevolking, dat is in Amsterdam totaal niet zo en dat vond ik erg prettig.

Nu mijn twee zoons aan de UvA studeren, merk ik dat sommige normen en eisen harder zijn geworden. In mijn tijd lag er minder druk op studenten en bestond er bijvoorbeeld geen bindend studieadvies. In de spelregels is dus wel het een en ander veranderd de afgelopen jaren, maar het spel is volgens mij precies hetzelfde gebleven. Het blijft een enorm voorrecht om te kunnen studeren. Je krijgt de kans om kennis op te doen en een netwerk te vormen waar je, met een beetje geluk, je hele leven plezier van hebt. Bovendien gaat studeren vaak gecombineerd met een algemene vormingstijd die je zelf kan invullen met nevenactiviteiten en dan is er nog genoeg tijd voor een heleboel feesten en lol maken. Ik heb een slogan geadopteerd uit een gedicht van Martin Bril, waarin hij schrijft: ‘De kunst is zo te leven dat het je overkomt’. Als dat voor één periode geldt, dan is het wel voor je studententijd. Ik heb in ieder geval volop genoten!'