Opdrachtgever
Weekblad Margriet
Gepubliceerd
11 mar 2013
Opdrachtgever
Weekblad Margriet
Gepubliceerd
11 mar 2013

Door dit boek...

Je leest een romanpassage en het lijkt alsof de hemel zich even opent. Omdat je intens wordt geraakt, of iets herkent wat je zelf nog nooit zo treffend zag geformuleerd. Deze lezeressen vertellen over het moment dat een boek hun leven veranderde.

Na het lezen van Twee vrouwen van Harry Mulisch kon Alexandra Penhryn Lowe (38), schrijver van kinderboeken en televisie­ series als Sevenster, Het Huis Anubis en VRijland, haar biseksuele gevoelens plaat­sen én accepteren.

“Ik was begin twintig toen ik Twee vrouwen voor de eerste keer las en sindsdien pak ik het elke drie jaar weer uit de kast. Het is een prachtig geschreven boek over een vrouw in Amsterdam, die verliefd wordt op een iets jongere vrouw, terwijl zij niet lesbisch is. Ze krijgen een relatie die tragisch afloopt. Een dramatisch liefdesverhaal dus. Ik herkende in Twee vrouwen veel van mijn eigen gevoelens die Harry Mulisch had be­schreven. Ik schreef op mijn dertiende al in mijn dagboek: ‘Ik weet zeker dat ik niet hele­maal hetero ben.’ Maar ja, wat was ik dan wel, als ik ook niet helemaal lesbisch was? Twee vrouwen liet mij zien dat de scheids­lijnen van de liefde niet zo zwart­wit zijn als ik dacht dat ze waren. Mulisch stopt liefde niet in een hokje, en dat gaf mij en mijn gevoelens meer bestaansrecht. Het boek heeft mij geholpen om te accepteren dat ik biseksueel ben en ervoor gezorgd dat ik die gevoelens ook naar buiten durf te brengen. Ik vind het heel belangrijk dat mensen er eerlijk voor uit kunnen komen dat ze andere gevoelens hebben dan andere mensen. Er is nooit iets verkeerds aan echte liefde.

Daarnaast heeft Twee vrouwen voor mij als schrijver veel betekend. Veel mensen denken dat Mulisch’ boeken moeilijk zijn, maar zijn schrijfstijl is juist heel toegankelijk. Wat ik vooral knap vind aan dit boek, is dat er vanaf het eerste moment een donkere drei­ging in zit. Dat heeft Mulisch heel subtiel gedaan. Als de hoofdpersoon van huis weggaat nadat haar moeder is overleden, schrijft hij bijvoorbeeld: “Ze doet de voordeur op slot. Ik dacht: als er een klein beestje in het slot zit, een jong miertje, gevlucht voor de bui, dan is het nu door het mechaniek vermorzeld.” Zo beeldend, maar helemaal niet ingewikkeld. Een paar jaar geleden kwam ik erach­ter dat het boek mij ook nog op een andere manier heeft geïnspireerd. Toen ik de boeken bij de televisieserie Het huis Anubis schreef, moest ik een naam verzinnen voor het museum waar de hoofdpersonen naartoe gaan. Ik verzon het Zinnicq Bergmann­ museum. Een tijdje terug toen ik Twee vrouwen weer eens herlas, zag ik dat het museum waar de hoofdpersoon werkt, het Zinnicq­Bergmann heet. Ik schrok ontzettend: ik had die naam helemaal niet zelf bedacht, ik had het rechtstreeks gekopieerd! Ik zie het maar als een onbewuste ode aan Harry Mulisch.”

Patricia Brouwer (41), parttime admini­stratief medewerker, las Vuurvolk van Joanne Harris in een periode waarin ze veel fysieke pijnklachten had. Het boek gaf haar het zetje om meer op haar intuïtie af te gaan en om haar pijn in de ogen te kijken.

“Zes jaar geleden kreeg ik opeens last van mijn rug en bekken. De pijn was zo indrin­gend, dat ik niet meer kon lopen, liggen of lang kon staan. Ik ben langs ziekenhuizen en specialisten gegaan, maar niemand kon de oorzaak achterhalen en pijnstillers werk­ten niet. Zo ging drie jaar voorbij, een peri­ode waarin ik alleen maar binnen in een tuinstoel kon zitten. Lezen was een van de weinige dingen die ik wél kon en waarmee ik mijn pijn een beetje kon vergeten. Op een dag kwam mijn zoon van tien thuis met de jeugdroman Vuurvolk. Hij had het uit de bibliotheek geleend en vond het zo’n mooi boek, dat hij erop aandrong dat ik het ook zou lezen. Ik twijfelde even, want wat moest ik met een kinderboek, maar ik wilde hem niet teleurstellen. Al snel kon ik het boek niet meer wegleggen. Vuurvolk is ge­baseerd op de Noordse mythologie en gaat over de strijd tussen rede en intuïtie. Een strijd waar ik mij in herkende: ik voelde dat ik niet in orde was, maar op papier was er niets mis. Halverwege het verhaal wordt de noordse god Odin gevangen genomen en mishandeld. Pas nadat hij dat heeft mee­ gemaakt, krijgt hij de wijsheid om dingen te begrijpen. Hij zegt daarover: ‘Je moet eerst fysieke pijn lijden om psychisch te verande­ren.’ Die zin heeft veel voor mij betekend. Ik las dit in een periode waarin de pijn zo vreselijk was, dat ik eigenlijk niet meer wilde leven. Dankzij Vuurvolk ging de knop weer om. Voor het eerst kon ik denken dat mijn pijn misschien een reden had en dat ik erdoor zou groeien. Ik besloot de pijn niet meer te vermijden, maar toe te laten en naar mijn gevoel te luisteren. De oplossin­gen die ik met mijn verstand had gezocht bij ziekenhuizen en artsen hadden niets opgeleverd, daarom besloot ik alternatieve geneeswijzen te proberen. Via Chinese geneeskunde bouwde ik mijn darmflora weer op, die zo goed als verdwenen bleek te zijn. Een orthomanueel therapeut zette mijn rugwervels recht en ik paste mijn voeding aan. Dat alles bij elkaar heeft ervoor gezorgd dat ik binnen een jaar van de pijn af was. Vuurvolk wakkerde bovendien mijn inte­resse in de Noordse mythologie aan. Ik wilde meer weten over de verhalen en sagen die mij hadden geholpen en las alles wat ik daarover kon vinden. Ik leerde zo veel dat ik uiteindelijk het boek Symboliek van de dagen van de week heb geschreven over de tradities die wij uit de mythologie hebben overgenomen.

Meteen nadat ik Vuurvolk uit had, heb ik het nog een keer gelezen, en sindsdien leen ik het uit aan mensen die dicht bij mij staan. Mijn vriendinnen vinden het een mooi boek, maar ik weet niet of ze lezen wat ik eruit heb gehaald. Voor mij was het echt het juiste boek op het juiste moment in mijn leven.”

Meditatiedocent Agnès schlüter (61) zag na het lezen van het boek Modellen voor God van Sallie McFague dat ze haar eigen bele­ving van God tóch kwijt kon in het christen­dom, het geloof dat zij eerder de rug had toegekeerd.

“Als meisje was ik bang voor de nacht. Als ik niet durfde te slapen, hield ik een maria-­hangertje vast dat ik van mijn grootmoeder had geërfd, en begon ik All you need is love van The Beatles te zingen. Het was mijn eigen gebed en terwijl ik het zong, ervoer ik God op zo’n intense en liefdevolle manier dat ik onmiddellijk in slaap viel. Die momenten waren voor mij het bewijs dat er meer is dan het aardse bestaan.

Ik heb een christelijke opvoeding genoten, maar toen ik volwassen werd, heb ik me daar vanaf gekeerd. Voor mij voelt God namelijk niet als een wijzende, oude man. Maar in het christendom van de jaren zestig was er geen ruimte voor een andere beleving. Dit bete­kende echter niet dat ik nergens meer in ge­loofde en in de jaren die volgden heb ik veel behoefte gehad om mij ergens bij aan te slui­ten. Ik was op zoek naar betekenis en in die zoektocht ben ik reikimeester geworden.

Ik heb mij verdiept in de oosterse behandel­wijze shiatsu, en ook in meditatie, yoga en de spirituele godinnenbeweging. Een paar jaar geleden werd ik gevraagd om meditatieles te geven in het kerkje van de Doopsgezinde Gemeente in Enkhuizen. Ik raakte in gesprek met de dominee en zij raadde mij het boek Modellen voor God aan, waarin schrijver Sallie McFague de lezer aanmoedigt om na te denken over hoe hij God ziet en wat religie kan betekenen in onze huidige maatschappij.

Ik las het boek heel kritisch en in eerste instantie zelfs met tegenzin. Ik had me zo voorgenomen dat het christendom niet meer bij mij paste, dat ik mij niet kon voorstellen dat dit boek daar verandering in zou bren­gen. In de kantlijnen maakte ik aantekenin­gen met opmerkingen als ‘Ja ja’, of ‘Hoezo dan?’ Maar tijdens het lezen verdween lang­zaam mijn weerzin en dacht ik na over míjn model voor God. Het boek maakte mij dui­delijk dat ik God ook als liefdevolle moeder kan zien. Een beeld waar ik mij heel fijn bijvoel. Na een zoektocht van meer dan veertig jaar vond ik dankzij dit boek dus eindelijk de ruimte om mijn geloof te ervaren. Nog steeds pak ik het geregeld uit de kast en herlees ik de hoofdstukken waar ik op dat moment behoefte aan heb.”

Lisa snijders (29), mede­-eigenaar van boekhandel stevens in Hoofddorp, reali­seerde zich na het lezen van De wereld volgens Garp van John Irving dat een boek net als een goede vriend kan zijn: het sti­muleerde haar om dingen beter te doen, om te groeien en om te leren.

“Als kind las ik veel, maar op de middelbare school werd mijn zin om te lezen grondig verpest. We behandelden boeken die niet bij onze leeftijd pasten. Zo las ik op mijn der­tiende al Turks fruit, waar ik toen echt nog niet aan toe was. Pas op mijn twintigste las ik voor het eerst weer een boek voor mijn plezier: De wereld volgens Garp. Ik kreeg het aangeraden van een collega in de boek­ handel waar ik toen een bijbaantje had naast mijn studie. In het boek volg je het leven van Garp, vanaf de conceptie tot aan zijn dood. Schrijver John Irving weet grote the­ma’s te verpakken in bijzondere en vaak ab­surde verhalen. In dit boek beschrijft hij bijvoorbeeld heel mooi verschillende soor­ten liefde: de liefde van Garps moeder voor haar zoon, maar ook de liefde van Garp voor zijn eigen kinderen. Ik was toen ik het las nog geen moeder, maar door zijn beschrij­vingen kon ik mij wel al inleven in hoe die liefde zou zijn. Van dit boek leerde ik dat boeken zo veel meer kunnen zijn dan alleen een tijdverdrijf. Een goed boek wordt een vriend en maakt je rijker. Als je het uit hebt, heb je handvatten gekregen om dingen beter te doen, om te groeien en om te leren. Na het lezen van De wereld volgens Garp besloot ik dat ik met boeken wilde werken. Ik stopte met mijn opleiding psychosociaal werk en stond steeds vaker in de boek­handel.

Een paar jaar geleden heb ik de zaak samen met een collega overgenomen. Ik begon pas op mijn twintigste met lezen, dus ik ben nog niet zo heel lang bezig. Toch heb ik inmiddels twee planken in mijn boe­kenkast staan, waarvan ik kan zeggen: als je wilt weten wie ik ben, lees dan deze boeken. Dat zijn onder meer Joe Speedboot van Tommy Wieringa en Extreem luid en ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer. De wereld volgens Garp was het eerste boek in dit persoonlijke canon. Het is het begin van mijn vorming geweest. Nadat ik het uit had, was ik heel bang dat ik nooit meer zo’n goed boek zou lezen. Het heeft zelfs acht jaar geduurd voordat ik een ander boek van John Irving durfde te lezen, omdat ik dacht dat het zou tegenvallen. Gemiddeld lees ik twee boeken per week. Mensen vragen vaak hoe ik daar tijd voor heb, naast mijn werk in de boekhandel en mijn gezin met twee kleine kinderen. Het antwoord is heel simpel: ik laat ’s avonds de tv uit en loop naar mijn boekenkast.”