Opdrachtgever
Weekblad Margriet
Gepubliceerd
16 dec 2013
Opdrachtgever
Weekblad Margriet
Gepubliceerd
16 dec 2013

Zij waren in het nieuws

Wij zaten aan de buis gekluisterd en zij zaten er middenin:

de gebeurtenissen in 2013 die we mede dankzij hen nooit meer vergeten.

Annemarie Scheerboom


Studente biologie Annemarie Scheerboom (21) mocht namens de Europese jongeren paus Franciscus welkom heten op de Wereldjongerendagen in Rio de Janeiro, Brazilië.


“Nadat zijn voorganger paus Benedictus in februari terugtrad wegens gezondheidsproblemen, hoorde ik van veel mensen in mijn omgeving dat zijn opvolger Franciscus een bijzondere paus zou zijn. Hij legt, veel meer dan zijn voorgangers, de nadruk op eenvoud. Dat is voor mij waar het geloof om draait en deze paus draagt dat expliciet uit. Doordat hij zich op een laagdrempelige manier uit, denk ik bovendien dat we hem sneller begrijpen dan zijn voorgangers. Het was voor mij een complete verrassing dat ik hem mocht ontmoeten op de Wereldjongerendagen in Brazilië. Een paar dagen voor de opening kreeg ik opeens een e-mail van de organisatie dat ik namens Europa een welkomstwoord mocht uitspreken en pas een paar uur voor het uitspreken kwam ik erachter dat de paus op hetzelfde podium zou staan. Toen ik op moest, zag ik hem zitten en ineens was ik me ervan bewust dat de hele wereld meekeek. Ik was zenuwachtig, maar gelukkig ging het goed. Nadat ik de paus welkom had geheten, liep ik naar hem toe om een buiging te maken. De paus lachte naar me en stond op om mij een knuffel te geven. Toen ik hem vertelde dat ik uit Nederland kwam, vroeg hij me zelfs in het Nederlands ‘Hoe gaat het?’ Hoewel het een bijzonder moment was, kwam hij op mij over als iemand die gewoon van mijn parochie deel uit zou kunnen maken. Dat voelde best raar, want de paus is natuurlijk wel de belangrijkste figuur binnen de kerk. Maar ik denk dat het juist zijn kracht is dat hij ons laat beseffen dat wij ook als gewone mensen het geloof kunnen beleven.”

Wanda Bovenkamp


Wanda van de Bovenkamp (47) zette afgelopen voorjaar de grote particuliere zoektochten naar de vermiste broertjes Ruben en Julian op touw.


“Je kunt gewoon niet ophouden met het zoeken naar kinderen, ze moeten érgens zijn. Die gedachte schoot door mijn hoofd toen ik op het journaal hoorde dat de politie de zoektocht naar de vermiste broertjes Ruben en Julian had gestaakt. Ik heb zelf vier kinderen en dan maak je weleens mee dat er eentje stiekem gaat stappen of veel te laat thuiskomt. Op zo’n moment ben je al zenuwachtig, dus kun je nagaan hoe de moeder van Ruben en Julian zich moet hebben gevoeld. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om niets te doen en plaatste een berichtje op Facebook dat ik die avond naar het Doornse Gat zou gaan om te zoeken. Daar was de vader van de jongens gevonden en ik zat er toevallig dicht bij op de camping.

Vanaf dat moment is het balletje gaan rollen: die avond heb ik onder begeleiding van de politie met zestig vrijwilligers gezocht. Daarna kreeg ik contact met vrijwilligers op andere locaties en stuurde ik zoektochten aan in Utrecht, Gelderland en Limburg. Met een team van tien man hebben we twee weken lang fulltime gezocht, tochten gepland en contact onderhouden met de hulpdiensten en media. Het scheelt dat ik gewerkt heb als onderbrandmeester en weet hoe ik leiding moet geven en welke hulpdiensten er in Nederland zijn. Zonder die ervaring had ik dit niet kunnen doen. We hebben die weken wel twaalfduizend tips en steunberichten gekregen. Vrijwilligers die hielpen zoeken waren voornamelijk bezorgde ouders, maar bijvoorbeeld ook ex-mariniers die precies wisten waar we op moesten letten. Via wat korte privéberichtjes op Facebook heb ik na het zoeken contact gehad met de moeder van de broertjes, en met haar zus whatsappte ik soms tijdens de zoektochten als ze tips of hints had over bepaalde locaties. Ik heb ze verder niet gesproken, want ik wilde het contact zo zakelijk mogelijk houden om onbevooroordeeld te blijven en al mijn aandacht te kunnen richten op het zoeken. Op de middag dat de lichamen van de broertjes zijn gevonden, waren we net op pad met een duikploeg. Ik kreeg een sms’je van de officier van justitie. ‘Stop maar met zoeken.’ Dat was zo’n heftig moment. Ik ben in huilen uitgebarsten, en met mij een groot deel van de ploeg. Er was nu niets meer wat we konden doen.

Daarna hebben we met z’n allen een moment van stilte gehouden, het was onze eigen kleine dienst voor Ruben en Julian. Toen het zoeken voorbij was, ben ik twee dagen flink van de kaart geweest van alle inspanningen, emoties en een enorm slaapgebrek. Hoewel de hulpdiensten in eerste instantie bang waren dat we in de weg zouden lopen, kreeg ik allerlei bedankbrieven van het onderzoeksteam, de betrokken burgemeesters en de boswachters. Daarnaast is alle ervaring die we tijdens het zoeken hebben opgedaan gebundeld in een draaiboek. Als er een volgende keer zo’n particuliere zoektocht op poten wordt gezet, kunnen we meteen van start. Ik heb nog steeds contact met veel mensen die hebben meegezocht en die net als ik bereid zijn dat in de toekomst weer te doen. Er is iets in gang gezet en daar ben ik hartstikke trots op.”

Naar aanleiding van de dood van de broertjes is Wanda bezig met de oprichting van het Steunpunt Vechtscheidingen voor voorlichting aan kinderen op scholen over scheiden en hulp aan ouders die in een nare scheiding zitten en geen uitweg zien.

Janny van der Heijden


Janny van der Heijden is culinair journalist en was deze zomer te zien als jurylid bij de kijkcijferhit Heel Holland bakt.


“Een vriendin uit Engeland wees me drie jaar geleden op het programma The great British bake off, waarin amateurbakkers strijden om de titel Beste thuisbakker. Ik dacht nog: ja hoor, een bakprogramma. Wat is daar bijzonder aan? Maar vanaf het eerste moment dat ik het zag, was ik verkocht. De gemoedelijke sfeer, het meeleven met de kandidaten als hun baksels mislukken of slagen; het is fijne televisie.

Ik vond het geweldig dat ik betrokken mocht zijn bij de Nederlandse versie Heel Holland bakt. Er is in Nederland veel minder sprake van een baktraditie dan in Engeland. Die van ons zijn vaak regionaal en gaan over koekjes, brood of cakes, maar een echte taartentraditie hebben we hier niet. Het was een uitdaging om de kandidaten recepten te laten bakken die toch herkenbaar waren en waarvan we hoopten dat mensen er thuis ook iets mee zouden kunnen.

Toen een kandidaat bij Heel Holland bakt een bijzondere tulbandvorm gebruikte, was die de volgende dag overal uitverkocht.

We hebben het programma met heel veel plezier gemaakt, maar hadden geen idee wat de reacties zouden zijn en of er überhaupt iemand zou kijken. Gelukkig waren de reacties geweldig en de kijkcijfers enorm hoog. Normaal gesproken heeft iedereen wel iets aan te merken op televisieprogramma’s, maar of het nu de links-intellectuele kring of de bakker op de hoek was, werkelijk iedereen reageerde enthousiast. Ik denk dat het komt doordat we goede kandidaten hadden en omdat het feelgoodtelevisie is. Onze kandidaten deden zo veel moeite, als er eens iets misging, vonden ze dat erg genoeg zonder ook nog eens te worden afgekraakt door de jury. Er waren soms wel smaakcombinaties waarvan jurylid Robèrt van Beckhoven en ik dachten: o nee! Maar dat kun je ook aardig brengen. Dat is voor de kijker leuker en voor de kandidaat leerzamer. Door die positieve uitstraling hebben we mensen kunnen inspireren om massaal aan het bakken te slaan. Het schijnt dat bak- en meelproducenten een stijging zagen in hun verkoop en toen kandidaat Jolanda een bijzondere tulbandvorm gebruikte, was die de volgende dag in heel het land uitverkocht. Na de aflevering over de Franse madeleines kon je nergens meer madeleinevormpjes vinden, en mannen brachten zelfgebakken bokkenpootjes mee naar kantoor. Ik vond het erg leuk om te horen dat ook veel kinderen zijn gaan bakken. Ik heb laatst nog via whatsapp taarten beoordeeld die waren gebakken op een heus bakpartijtje!

Dit voorjaar beginnen we met de opnames voor het tweede seizoen. We hebben ontzettend veel aanmeldingen gekregen van amateurbakkers. Er bestaan zelfs al oefengroepen van mensen die zich willen aanmelden en op Facebook contact met elkaar zoeken om hun recepten uit te proberen. Het niveau ligt dus hoog en volgens mij gaan we spectaculaire dingen zien. In Engeland wordt het programma alleen maar populairder, en daar zenden ze nu al het vierde seizoen uit. Ik hoop van harte dat dat in Nederland ook zal gebeuren.”